Tuin

inleiding

We spreken van de tuin, maar dat is geen juiste benaming. In de inleiding vertelde ik over het leven van gebouwen. Welnu, een tuin leeft ook. Landschappen leven. We zeggen ook wel: landschappen evolueren. Dat is hetzelfde. Zo’n landschap wemelt van de planten en dieren, die allemaal ontspruiten, groeien en sterven. Ont-spruiten? De spruitjes eruit halen? Nee, een spruit is een loot, en ont- is hier “tevoorschijn komen uit iets”: ontluiken, uitbotten. Uitbotten? Is dat niet het werk van de slager? Maar nee, de bot is een knop (denk bouton, button) en het verkleinwoord is een bottel, waar we (rozen)jam van maken. Nu wordt een gebouw ontworpen en gebouwd in enkele maanden of jaren (soms eeuwen), en daarna blijft het hopelijk een tijd stabiel door onderhoud. Als je geen onderhoud pleegt valt het langzaam maar zeker uit elkaar, het wordt een ruïne. Een landschap werkt anders. Ten eerste ontstaat dat meestal vanzelf en heel geleidelijk. Ten tweede zorgt de negentropie van het leven voor een evolutionair proces met een precair evenwicht tussen de deelnemers. Dat precaire evenwicht kan gemakkelijk verstoord worden, in de meeste gevallen door homo sapiens, de fatale causa finalis van de evolutie. Althans zo ziet de mens zichzelf, want als die species eenmaal verdwenen is gaat het overgebleven leven gewoon verder met evolueren. De mens is maar 0,01% van de levende materie. Maar intussen is de impact van dat fenomeen wel vergelijkbaar met de meteoorinslag (of was het de Krakatoa uitbarsting?) die de dino’s de das om deed. Ik kom weinig in de tuin maar ik kan er onophoudelijk naar kijken, vooral aan de zuid- en westkant. Tuinieren is helemaal niets voor mij, ik vind het vreselijk en ben er tegen. A room with a view betekent voor mij uitzicht op bomen, planten, eventueel water en/of bergen en liefst wijds.

Minister Cora van N. zet haar handtekening onder de verbreding van de A27, typisch VVD. De economie moet draaien, en er moet ruimte zijn voor de Merc’s, BM’s en Audi’s om goed door te stromen. De gekken die dit bizarre idee verdedigen vertellen ons dat er meer natuur komt, nieuwe aanplant. Maar al die natuur die er nu nog is, eeuwenoude bomen, planten, dieren, korstmossen, rhizomen, paddestoelen, die verdwijnt en voor de natuur die dan ergens anders moet worden uitgebroed zal het millennia duren voor het weer ergens op lijkt. Als het al ergens op gaat lijken want door mensen gemaakte natuur is maar zeer ten dele natuur.

Mijn ouders hadden geen auto en ik ben pas begonnen met zo’n schicht toen ik bijna vijftig was. Tot die tijd alles op de fiets, de benenwagen, de bus, de trein. O ja, soms een vliegtuig genomen. Zoals elders opgemerkt zijn de clinghenezen echte fietsfanaten. Zelfs doe ik niet meer fietsen om moverende redenen. Nog wel veel lopen, en ook trein. Als totaliteit heeft het clinghe-team een vrij kleine transport-voetafdruk. Het barst hier ook nog van de vegetariërs dus met de voedingsafdruk zit het ook wel snor.

In een menschenleeftijd kan veel veranderen in het landschap en tegenwoordig gaat dat nog veel sneller dan vroeger, ja, met een snelheid, die angst en zorgen geeft. W ij kunnen ons van het natuurschoon in onze gemeente, zooals dat was, vijftig jaren geleden, een goed denkbeeld vormen door de lectuur van het nog altijd zoo aanbevelenswaardig boek ,,Onkruid” van Van Eeden. Wat hij ons daarin vertelt van de duinen en bosschen van Kennemerland, doet ons thans watertanden. (Jac. P. Thijsse, Natuurschoon in Bloemendaal).

Dieren en planten passen zich aan aan de omgeving, de mens past de omgeving aan zichzelf aan zei mijn prof Wertheim eens. Dit is een ruwe schets, die niet in absolute zin te verdedigen is. De mens past zich ook aan de omgeving aan, bijvoorbeeld door een jas aan te doen in de winter. En dieren en planten doen ook van alles om hun omgeving hun wil op te leggen. Neem bijvoorbeeld de den, die zijn giftige naalden op de grond werpt om alle andere planten uit de buurt te houden. Maar de mate waarin we onze omgeving aan onze ideeën aanpassen bepaalt hoe tuinig een tuin is. Ongerepte natuur, landschappen waar de mens met zijn tengels niet aan is geweest is heel zeldzaam in de wereld. En zelfs al zijn de tengels thuis gebleven dan is er nog indirecte invloed zoals klimaatverandering en ongewilde verplaatsing van soorten. Die exoten kunnen soms snel overheersen, ook planten en dieren hebben koloniale neigingen.

oorspronkelijke plattegrond huis en tuin

Terugkerend naar de tuinigheid van een tuin kunnen we verschillende categoriën onderscheiden. Zo is er de kunsttuin, die ontworpen is door een geniale tuinarchitect en waar alles diep doordacht is. Vaak zien we zulke tuinen bij kastelen en havezaten. Dan is er de hobbytuin, waar de eigenaar maar wat knoeit met boertjes[1]de naam waaronder ik de primula ken, en andere flutbloempjes. Dan is er de heemtuin, waarbij men planten die typisch voor de regio zijn bijeenschraapt. En tot slot noem ik de wilde of verwilderde tuin, waarbij de natuur zoveel mogelijk haar eigen gang mag gaan. De uitvinder van de heemtuin was Jac. P. Thijsse, hierboven geciteerd. Thijsse bracht een groot deel van zijn leven in Bloemendaal door en was adviseur bij de inrichting van onze tuin. Daarvan zijn nog overblijfselen in de vorm van regionale soorten die hier op zijn aanwijzingen zijn bijeengebracht. Maar op gegeven moment is de tuin verwilderd, behalve kleine stukjes die worden verhobbied. Er wordt twee keer per jaar enig basisonderhoud gedaan en de exoten, met name de esdoorns, worden onder controle gehouden. Ook worden er enkele paden onderhouden om te voorkomen dat je daar door de teken wordt opgegeten.

twisten

Hoewel alle bewoners van de Clinghe in mindere of meerdere mate milieubewuste natuurliefhebbers zijn is de tuin toch een klassiek twistpunt. De belangrijkste items zijn onderhoud en ruimte. Met name dat laatste, waardoor je (zon)licht doorlaat is heikel. Zo is er al eens een prachtige abeel, het juweel van de duinen gesneuveld en heeft de schitterende ratelpopulier op de dodenlijst gestaan. Andere bewoners wilden hem weg omdat zij dan op hun balkon zouden kunnen zonnebaden. Maar wij houden van schaduw en bovendien is het ritselen van de bladeren het mooiste en rustgevendste. Dit in tegenstelling tot de machinale geluiden waar we soms of vaak aan worden blootgesteld. Recent onderzoek toont aan dat we allerlei natuurlijke geluiden prettig vinden terwijl we ons irriteren aan kunstmatig geluid. Dat is het gevolg van een onheuglijk evolutionair proces waarin onze genen hebben geleerd welke geluiden ok zijn en welke niet. Muggen zijn niet goed, wespen ook niet. Tijgergebrul en wolvengehuil blijven we uit de buurt. Ratelpopulieren zalig, ratelslangen hels. Wind in de dennen eufonisch: Vent frais, vent du matin | Vent qui souffle au sommet des grands pins | Joie du vent qui souffle | Allons dans le grand… (chant populaire). Het hummen van de hummingbird horen we graag. Vogelzang! Zelfs het hameren van een specht vinden we leuk. Het gekrijs van vechtende katten zet onze nekharen overeind. De uil die in de nacht haar partner roept is melancholiek, de Indiase zwarte koekoek[2]koyal, Eudynamys scolopaceusde belichaming van droefenis. 

Mechanische geluiden zitten niet in onze genetische databank en dus: weg ermee. Kettingzagen, grasmaaiers, windmolens, boren, straaljagers, heien, schuurmachines. Overigens valt het hier in de omgeving meestal wel mee, tenzij de gemeente weer eens toestemming heeft gegeven voor het bouwen of verbouwen van een wangedrocht in de buurt. In Engadin word je er gek van. Die Zwitsers doen niet anders dan machineherrie maken[3]lees fiets voor meer kritische noten over Engadin. Herrie maken is territoriumdrift net als bij de vogels. Maar terwijl de vogels dat met welluidende tonen doen moest de mens er weer een teringbende van maken. Auto’s met open dak die keiharde boemmuziek draaien om ons te laten weten dat het land van hen is. En de consumptieverslaafde koopt boor- en zaagmachines en blarenblazers om iedereen te treiteren. Eenmaal in huis moet je die reut ook gebruiken. Behalve geluiden die storen en geluiden die behagen zijn er ook geluiden waar we onmiddellijk. wat mee moeten: de huilende baby bijvoorbeeld. 

Het vervelende is dat bij tuintwistpunten altijd onderduimse argumenten worden geopperd. De ratelpopulier zou oud en ziek zijn met het gevaar van omvallen waarbij mens en huis slachtoffer zouden kunnen worden. En ook groeien de wortels in een muurtje dat daardoor vernield wordt. Gelukkig is de oude Treebeard sedert die ruzie van eind vorig millennium nog steeds fier. Wat niet wegneemt dat ratelpopulieren niet het eeuwige leven hebben en vroeg of laat zal hij helaas moeten verdwijnen. Dat houdt onze bomenexpert scherp in de gaten.

Tuintwisten behoren tot de meest wijd verbreide strijdvelden in Nederland, zo niet in de wereld. Elders vertelde ik over de onverlaten die een stuk van onze tuin hebben ingepikt. Dat is het grofstoffelijke werk. Maar verder gaat het om andere details: wel of niet kappen, snoeien, maaien enz. Op een dag werd door enkele bewoners de klimop van de voorgevel verwijderd. Een andere bewoner kreeg een hartverzakking en heeft uren luidkeels staan huilen zoals we dat op het NOS journaal soms zien bij moeders die in oorlogsgeweld hun kinderen zijn verloren. Het kan er heftig toegaan. Het is wel ontzettend belangrijk te bedenken dat een oude boom of struik die je omlegt nooit meer terugkomt. Daarbij speelt nu een ander belangrijk punt: als milieuklanten moeten wij ook meewerken aan meerbomennu en is het beter om niet langer te twisten over licht-en-ruimte versus de-tuin-met-rust-laten. 

Zoals gezegd is dit gekibbel een kwestie van territorium en macht. Omdat de tuin gemeenschappelijk is rijst gauw de vraag wiens wensen overwicht hebben. En soms doemen er weer nieuwe problemen op die tot veel onrust lijden. De hertenstand in Kennemerland groeit ongebreideld bij gebrek aan wolven. Herten brengen teken mee. Dat is erg vervelend, vooral voor de kinderen die graag overal ravotten. Dan krijgen sommige mensen het idee dat er overal bestrating moet komen want teken houden niet van stenen. Het is ook altijd wat.

herbarium

Hieronder ga ik een herbarium aanleggen. Ik ben net begonnen met het fotograferen en determineren van planten in de tuin. Ik gebruik daarbij de app picturethis en nu het voorjaar in aantocht is kan het spectaculair worden.

Voetnoten

Voetnoten
1 de naam waaronder ik de primula ken
2 koyal, Eudynamys scolopaceus
3 lees fiets voor meer kritische noten over Engadin

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.