Spreeuwen

Ons appartement ligt op de eerste en tweede verdieping. De woonkamer was de slaapkamer van de eerste eigenaar, Gerard Vissering en zijn vrouw Adrienne Sandberg. Vanuit de slaapkamer waren er openslaande deuren naar een fors balkon op het zuidwesten, vanwaar je uitzicht had over de duinen en in de verte Zandvoort met daarachter de zee. Die kun je alleen op heldere dagen goed zien. Het balkon was erg blootgesteld aan de zuidwester stormen en al gauw besloot Vissering om het te overdekken en beglazen waardoor het een soort serre werd. Eigenlijk is een serre helemaal van glas en op de begane grond, een veranda en een loggia zijn half open, en een erker is niet meer dan een soort puist met ramen of deuren achter een balustrade. Kortom, geen van deze termen zijn geschikt voor dit vertrek. Ons vakantiehuurhuis in Samedan heeft ook zo’n soort gesloten balkon. En het uitzicht is ook daar spectaculair: achter de uitgestrekte vlakte waar de Flaz in de Inn stroomt ontwaart men de s-vorm van de Piz Morteratsch en het Bernina massief.

De woonkamer heeft ook een deur naar de badkamer, waarachter nog twee kamers en een tweede balkon liggen. Dit balkon, bij ons de “grote serre” is eveneens overdekt en geheel met ramen gesloten. Verder is er de entree en de deur naar de keuken.

Als ik wakker wordt doe ik mijn kamerjas aan, zo een van dikke badstof met verticale zwart, geel en bruine strepen die doet denken aan een mandarijn of een mongoolse heerser. Met een geurige kop koffie begeef ik mij naar de kleine serre vanwaar ik over de duinen naar de zee kijk. Kleine vogeltjes fladderen van tak tot tak in de duineiken, de dennen, de kastanje en het kreupelhout. Een flink eind lager ligt het tuinhuisje, dat vroeger bewoond werd door de familie Duinker. Begin jaren negentig verhuisde Duinker naar het oosten des lands en verkocht het tuinhuisje met daarbij ook een deel van onze tuin. Wij wisten dat niet, maar toen iedereen met vakantie was in de zomer hadden de nieuwe buren de begroeiing volledig weggevaagd en een nieuw hek dwars door onze tuin geplaatst.

In roze: het ingepikte stuk tuin

Kadaster ambtenaar erbij gehaald die de correcte oude grens met paaltjes vaststelde. De nieuwe bewoners van het tuinhuisje, grofstoffelijke proleten, of zoals mijn buurvrouw zei, patjepeeërs, spanden een rechtszaak aan. Het werd een diepteprocedure, die bijna een jaar voortsleepte en tot resultaat had dat de nieuwe bewoners het ingepikte stuk tuin mochten behouden tegen betaling van Fl 25000, precies het bedrag dat wij kwijt waren aan juridische kosten. Kort samengevat, we waren het stuk tuin gewoon kwijt, de tuinhuisgasten kregen het erbij en de advocaten toastten op hun eigen gezondheid.

Niet lang na deze onverkwikkelijke affaire werd het tuinhuisje doorverkocht aan een welgestelde en voorname meneer die er een nieuw huis liet bouwen door een bekende architect en waar hij met zijn maîtresse zijn intrek nam. Op zeker moment zocht hij contact met ons en vroeg of we niet een stuk van onze tuin zouden willen verkopen zodat hij er een zwembad kon aanleggen. Hij behoorde tot een familie van landeigenaren, de maffiosi van de feodale tijd, die zich graag tot de ‘adel’ rekenden. Wij waren net een stuk van onze tuin kwijtgeraakt en vertelden hem dat er geen sprake was van enige verkoop. Hm, antwoordde hij, dat zeiden de Indianen ook en nu hebben ze geen land en geen geld. Maar goed, ook hij bleek sterfelijk en we zijn sedertdien geen centimeter tuin meer kwijtgeraakt. Voorzover ik weet.

In het late voorjaar van 1982 ontmoetten we op straat onze vriendin Setske die we lang niet hadden gezien. We kenden haar niet zo erg goed, het was meer een vriendin van een vriend van een vriend. Ze vertelde ons dat ze verhuisd was naar een prachtige plek en nodigde ons uit eens langs te komen. Aldus geschiedde en het wij waren gans verbluft. Het was een mooie dag, en door de Corsicaanse dennen rond het huis waande ik mij in Japan gelijk mijn groot achter achter achter oom Vincent van Gogh. Ach ja, Nederland heeft zoveel beroemde schilders voorgebracht dat iedere Nederlander wel ergens zo’n ver familielid heeft. En dan de minder bekende maar toch voortreffelijke schilders, daar wemelt het van. Wie geen bekende schilder is moet haast wel een immigrant zijn denk ik soms. Neem nou bijvoorbeeld Simon de Heer, daar heeft toch niemand van gehoord? Ik wel, want ik loop vaak door het Simon de Heer plantsoentje hier vlakbij, al ontdekte ik pas vrij recent dat hij een alleraardigste schilder was. De “schilder van Bloemendaal” om zo te zeggen. Ik heb zelf ook geschilderd toen ik jong was. Immers, als je niet hebt geschilderd, geschaatst of geschaapschoren dan ben je geen echte Nederlander. Amerikanen denken dat je een rugliggend schaap moet omkeren om te begrijpen wat Nederlanderschap inhoudt, maar dat is een mythe. Mijn schilderijen zijn eigenlijk beter dan die van Simon de Heer, alhoewel ik er nooit een heb verkocht. De waarde van zo’n schilderij laat zich niet in geld uitdrukken. Die van Simon de Heer zul je misschien voor enkele duizenden of zelfs tienduizenden euros moeten verzekeren. Een van Gogh kan wel meer dan honderdmiljoen waard zijn. Daar zit een factor tienduizend tussen. Van Gogh heeft er niets voor kunnen kopen, en ook geen chocola van kunnen bakken.

Terug naar Setske. Mijn enthousiasme over de Japanse dennen (ze zijn eigenlijk Corsicaans maar daarover later) noopte haar te vertellen dat het belendende appartement vrij kwam. We gingen het prompt bekijken. Hierboven heb ik reeds aangegeven hoe het er ongeveer uitzag. Het uitzicht was verbijsterend. Dat zoiets in Nederland bestond had ik nooit kunnen bevroeden. Ik ben opgegroeid in Abbenbroek, in de polders van het gebied van de watersnood van 1953. Plat, saai, bar. In 1963 verhuisden we naar Amsterdam. Heerlijke stad, maar geen wijdse vergezichten.

Hoe anders was dit. Aan de zuidwestkant de duinen en de zee, naar het noordwesten het klooster Bethanië, waar nog drie nonnen woonden, en in het zuidoosten de grote rustige tuin die bij het pand hoort, met een zacht ritselende ratelpopulier (beter ritselpopulier), genoemde dennen en ander groen spul. Het appartement was een puinhoop. De benedenbuurman zei “je moet daar doorheen kunnen kijken”, en dat deden we ook. Net als je bril, je moet niet naar je brilleglazen kijken, je moet er door kijken. Er doorheen naar buiten kijken, want als je naar het appartement zelf keek werd je onwel, kreeg je subiet een hartverzakking. Donkerbruin geschilderde plafonds, overal sporen van lekkages, ramen deels dichtgegroeid met klimplanten, vezelplaat aan de muren. Wat bezielde mensen in die tijd? Ik denk niet dat we er aan zouden zijn begonnen om dit appartement te betrekken als het niet zo was dat we uit ons toenmalige huis weg moesten. Wij waren woningzoekenden. Toch hadden we grote twijfels. Toen kwamen we Louise tegen, zij was geen medium of waarzegster maar een dichteres. Ongeveer hetzelfde. En zei sprak: Jullie zullen een teken krijgen. Diezelfde dag nog namen we een trein en op het stationsplein in Amsterdam zochten grote zwermen spreeuwen naar de slaapplaats. Keer op keer cirkelden zij in de meest fantastische patronen door het zwerk. Há, dacht ik, dit is het teken waar Louise op had gedoeld. Alleen wist ik niet hoe het te interpreteren. Bummer. Onbewust hadden we het wel begrepen: de spreeuwen zochten een slaapplaats, wij ook. We besloten dus het appartement toch maar te nemen, als we tenminste door de ballotage kwamen. We waren jong en niet bang voor een avontuur. En dan was er het uitzicht!

Het hele pand werd gehuurd voor een bedrag van 100 florijnen per maand. Er was een centraal verwarmingssysteem aangedreven door een gigantische gas verslindende ketel die honderden guldens per maand door de schoorsteen joeg. Desondanks was de temperatuur binnenshuis zo laag dat een koelkast overbodig was. Verder waren er de proceskosten. Het pand was decennia lang een speelbal van projectontwikkelaars en speculanten (meer hierover) die de huurders er uit wilden jagen. Alle middelen werden daarbij geprobeerd, maar niets was opgewassen tegen onze advocaat Tom Laus, die natuurlijk wel betaald moest worden. Wij zijn hem veel dank verschuldigd, naast genoemde pecunia, die voldaan zijn.

Wij woonden daarvoor in de Bijlmer, in een groot vijfkamer appartement. De Bijlmer had een slechte reputatie. De architectuur vond iedereen vreselijk, het grauwe beton was karakterloos en geestdodend, het was een toevluchtsoord voor immigranten en semi-criminelen. Gewone mensen wilden er beslist niet wonen. Wij wel. Onze vriend de schrijver, vertaler en groot whiskyleut Guus Willemsen ook. Maar de woningcorporatie bedacht dat de Bijlmer verkabouterd moest worden, de menselijke maat moest er in terug, de enorme betonschepen moesten verknust worden. Ons appartement zou daarbij in tweeën gesplitst worden, ons hol zou verwoest worden door planologische bulldozers.

De ballotage was een buitengewoon aangenaam gesprek met de toenmalige bewoners. Het was geen commune, maar ook geen officieel in appartementen gesplitst pand met huurcontracten en dergelijke. De bewoners vonden het goed. Behalve onze vriendin Setske en haar dochtertje Eva waren er de familie Blankevoort, de familie Kater en nog wat losse individuen die mij niet erg helder op het netvlies staan. We begonnen snel het appartement op te knappen. De Blankevoorts hielpen enorm met schilderen, timmeren en andere klusjes. Ook vrienden kwamen geregeld ploeteren. Het gaf een opwekkend gevoel van samenwerking in stamverband, wat in die tijd nog vrij gewoon was. Het appartement was een grote puinhoop en dus een grote klus. Er was geen badkamer of toilet, wel koud stromend water langs de muren en de beide serres waren gatenkazen. Wij waren niet rijk in die tijd, we hadden beide kleine inkomens en moesten alles zelf met eigen hand oplossen. ook de verhuizing deden we grotendeels zelf, behalve het rijden van de vrachtwagen want geen van ons had een rijbewijs, helemaal niet voor zo’n bakbeest. In oktober gebeurde het en aan het gesjouw heb ik dagenlang stijve spieren overgehouden.

En daar zaten we dan in ons nieuwe holletje, nog altijd verre van perfect, bepaald geen luxe, veel te verbeteren, maar toch, het was ons kleine paleisje. Met een uitzicht zoals nergens in Nederland. Of elders.

One Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.