waarneming

Maan

“And the moonbeams kiss the sea” schreef Shelley. Het werd de titel van Lewis 2.1, weer zo’n prachtig meeslepend detectiveverhaal dat zoveel meer is dan een detective. In deze serie komen we wel vaker dichters tegen van het genre Keats, Shelley, Byron, and the rest of the guys in the band, zoals Hathaway oneerbiedig zei.

Gisterenavond reden we kort na zonsondergang over de boulevard bij Zandvoort langs de zee. Geen maneschijn daar maar wel adembenemende verstilling. En dan draai je bij Bloemendaal aan zee de duinen in over de Zeeweg, ook bekend als de N200. De korte rit van Bloemendaal aan zee naar Overveen is altijd prachtig, maar nu gebeurde het dat we de maan op zagen komen. Het was net volle maan geweest, eerst een halve bol met de onderste helft nog in een vage mist. En dan een enorme witte ballon.

De volgende ochtend, vandaag dus, stond the maan aan de andere kant, boven de duinen richting zee. Toen de dag aanbrak was er een zee van dichte blauwgrijze mist, en net daarboven vertoonden zich enkele gebouwen van Zandvoort. Je waant je niet in Nederland, maar waar dan wel? Sloterdijk vroeg zich af “Wo sind wir, wenn wir Musik hören?”. Misschien is dit een geschikte plek? Of in nievernanst.[1]Nievernanst: Vlaams voor nergens. Erg mooi woord. 1000 vergeetwoorden om te koesteren, Van Dale uitgevers, 2015, p. 56-57. Variant: NievernansIk denk aan een zin uit Li Bai’s gedicht Nostalgie[2]Li Bai (Li Pai/Li Po/Li Bo, 701-762), Samen met zijn tijdgenoot Du Fu door velen beschouwd als de grootste Chinese dichter. Er zijn talloze vertalingen, maar ik hou veel van deze franse versie. … lees verder: “Je lève la tête et contemple la lune, puis je la baisse et songe à mon pays natal.” Li Bai hield veel van de maan, hij danste met zijn fles wijn, de maan en zijn eigen schaduw. Voor mij is mijn pays natal, mijn home, mijn heimat niet zozeer de plek waar ik op aarde ben geworpen. Elders schreef ik over Abbenbroek, het platte boerenland, verdord door de watersnood van 1953. Het zegt me niet veel. Mijn moeder hield er van, en haar tante ook. Zij waren eraan verknocht. Bloemendaal zegt me ook niet veel, grote villa’s van stinkend rijke kakkers. Hockey en braderieën met Dixie. Een uitzondering is ons adelaarsnest de Clinghe in de laaghangende mist, ver van het rapalje. Maar toen ik voor het eerst in Bahia landde begreep ik Yves Bonnefoy’s idee van “terre“, of althans, ik voelde zoiets. Alsof ik daar thuis was, een thuis dat ik nooit eerder had gevoeld. Mijn herinneringen aan Bahia zijn nog altijd warm, maar ik verwerp het idee dat er ergens een plek is waar mijn echte thuis zou zijn. Het is ook gevaarlijk, het kan volgens mij gemakkelijk ontaarden in een nationalistisch fascistisch denken. Maar misschien ben ik zelf ont-aard of ontworteld. Er zijn veel plekken die mij zeer dierbaar zijn, waar ik graag verblijf. Toch zijn er maar twee landen waar ik volle cycli van een jaar of meer achtereen heb doorgebracht, Nederland en India. Om te weten of je ergens zou kunnen leven is dat wel nodig. De winterse kou van Nederland is voor mij beter te verdragen dan de zomerse hitte van India. Toen ik jong was wilde iedereen naar de warmte en de zon, weg van het kille druilerige Nederland. Naar de Costa bijvoorbeeld. Daar kon je dan veel kleren uitdoen en eens kijken of er een geschikt wezen was om wat genen mee uit te wisselen. Tenslotte is de mens voor honderd procent biologisch en regeert het reptielen-brein over het grootste deel van ons dagelijks leven. Maar de kwaliteit van het leven is een totaal andere zaak. Diverse instanties brengen jaarlijks rapporten uit over de kwaliteit van het leven in landen en steden wereldwijd. En daarbij gaat het om een gemiddelde van de gehele bevolking, want dat de rijken het overal wel goed hebben mogen we aannemen, hoewel de confrontatie met zichzelf in ledigheid en ijdelheid ook de rijken kan bezuren. Dat een zonnig klimaat een belangrijke factor zou zijn blijkt dan een illusie.

Voetnoten

Voetnoten
1 Nievernanst: Vlaams voor nergens. Erg mooi woord. 1000 vergeetwoorden om te koesteren, Van Dale uitgevers, 2015, p. 56-57. Variant: Nievernans
2 Li Bai (Li Pai/Li Po/Li Bo, 701-762), Samen met zijn tijdgenoot Du Fu door velen beschouwd als de grootste Chinese dichter. Er zijn talloze vertalingen, maar ik hou veel van deze franse versie. Patricia Guillermaz, La poésie chinoise, marabout université, 1966. p. 102.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.