bespiegeling

Gebroken trots

De gebroeders Pandava gingen naar de All India Games georganiseerd door Yagnasena, de koning van Panchala. Zij waren met z’n vijven, Yudhistira, de intelectueel, Arjuna de sportsman, Bhima de krachtpatser en de tweeling Nakula en Sahadeva, die verder geen noemenswaardige eigenschappen hadden. Hun moeder Kunti zei tegen hen “als jullie prijzen winnen dan moeten jullie die met elkaar delen”. De eerste prijs bij het boogschieten was de dochter van de koning, prinses Dhraupadi, de schoonste in het land. Arjuna won, hij was gewoon verreweg de beste boogschutter ter wereld. En zo gingen de gebroeders terug naar huis met hun buit, een moot van een vrouw die nu in een klap vijf echtgenoten had. De antropoloog in ons herkent hier onmiddellijk een geval van polyandrie binnen een waarschijnlijk matrilineaire cultuur, en de gebroeders spraken af dat ieder van hen Dhraupadi om de beurt voor een jaar mochten beminnen. Groepssex was niet in zwang toentertijd behalve in oorlogstijd.

Het was Bhima’s beurt en hij verheugde zich op een jaar waarin hij eens flink kon pandoeren met zijn tijdelijke gade. Maar Dhraupadi was eigenlijk smoor op Arjuna en had niet veel goesting om met Bhima te rollebollen. Op dat moment bracht de wind haar een betoverende bloem, de saugandhika, de duizendbladige lotus en daar schoot haar een list te binnen. Zij verzocht Bhima om haar een ruikertje van deze bloemen te brengen. Dociel ging hij op weg naar het hooggebergte waar de saugandhika groeit. Om daar te komen moest hij eerst een weg vinden door het dichte Badarikasrama oerwoud aan de voet van het gebergte. Bhima was onmenselijk sterk en met grote zwaaibewegingen baande hij zich een weg door het woud, daarbij bomen op zijn pad omver werpend. Op zeker moment zag hij een oude aap, waarvan de staart op zijn pad lag. Vertoornd sommeerde hij de aap uit de weg te gaan. Maar de oude aap sprak tot hem: “ach grote held, ik ben een vermoeide oude aap, en gij zijt zo sterk, weest zo vriendelijk mijn staart een beetje opzij te schuiven”. Het zat Bhima niet lekker om met zijn handen aan de vieze staart van een oude aap te komen, maar om verdere heibel te voorkomen pakte hij een flinke tak die hij onder de staart van de aap stak om hem van het pad te verwijderen. Echter, er zat geen beweging in. Bhima zette zijn volle kracht onder de tak, maar die brak af zonder dat de staart een millimeter verschoof. Bhima raakte geïrriteerd, pakte de staart met beide handen en trok er met alle macht aan. Maar hij ook sjorde en schudde, de staart bleek totaal onveroerbaar. Na een uur worstelen met de starre staart viel Bhima dodelijk vermoeid ter aarde. Hij keek op naar de oude aap en vroeg: “wat gebeurt hier? wie ben jij? wat is dit?” De oude aap stond op en zei, “ik ben je oudere halfbroeder Hanuman en met al het kabaal dat je maakte leek het me wel van pas om je een lesje te leren”. Bhima barste uit in een onbedaarlijk huilen en nederig smeekte hij Hanuman om vergiffenis. Hanuman omarmde Bhima liefdevol, waarbij Bhima nog eens te meer voelde hoe nietig hij was in vergelijking met deze machtige oude aap.

Dit verhaal uit Mahabharata is een pièce de résistence in het Kathakali theater van Kerala. Het is een van de grote rollen van Sadanam Balakrishna, guru van Marilene, dierbare vriend, doorluchtige geest. Ik heb verschillende oude apen gekend en besef welk een voorrecht het is om in de schaduw te mogen staan van hen die zoveel groter zijn. De ziekte van onze huidige cultuur is dat jan en alleman zich heel wat vindt en geen respect heeft voor mensen die echt iets zijn. Zo zijn zij opgevoed helaas. Ik zag in het NOS nieuws een vrouw in een geel hesje op het Binnenhof die zij: “ze moeten die lui allemaal wegsturen en er gewone mensen voor in de plaats zetten”.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.