bespiegeling,  cultuur,  taal

Etymologie

In de taalkalender van vandaag wordt uitgelegd waar gehaaid vandaan komt. Het heeft oorspronkelijk niets met haaien te maken maar komt van heien, waardoor iets stevig gefundeerd is. Echter, door de associatie met het dier is er een nieuwe betekenis ontstaan, een haai is iemand die probeert op slinkse wijze voordeel te behalen. Iemand die gehaaid is staat altijd vooraan en wil altijd de eerste zijn. Zo’n etymologie heet een volksetymologie. Daarnaast is er de morosofische etymologie, zoals de theorie van Hietbrink die stelt dat alle talen van het Nederlands zijn afgeleid. Bijvoorbeeld sigaret komt van zuug eruut (zuig eruit).[1]M. van Boxsel, Morosofie, Querido, Amsterdam 2001, p.160Verder is er nog een ander type etymologie, de geconstrueerde etymologie. In een andere pagina heb ik het over ontmoeten gehad, wat je zou kunnen analyseren als ont+moeten, dus iets wat niet moet naar analogie van onthaasten: niet haasten. Maar ontmoeten heeft dezelfde structuur als ontbloten. Zou je dat lezen als niet-bloot maken dan is het precies het tegenovergestelde. Sommige mensen denken dat godverdomme is opgebouwd als god+verdom+me, dus “ik vraag god om mij dom te maken”. In werkelijkheid komt het van god verdoeme, moge god verdoemen. Deze geconstrueerde ad hoc etymologieën zijn in feite valse etymologieën, net als de absurdistische theorieën die Matthijs van Boxsel beschrijft in zijn Morosofie.

Bijzonder interessant is de Indiase taalcosmologie. Die gaat ervan uit dat de kosmos in oorsprong bestond uit trilling, en deze oertrilling werd Nāda genoemd. Meer specifiek was het Anāhat Nāda, het onhoorbare of ongeactiveerde geluid. In de loop der eons coaguleerde het onhoorhoorbare geluid tot hoorbaar (āhat) geluid en daaruit ontstonden concepten. Die concepten materialiseerden tot dingen en gebeurtenissen. Het ensemble van concepten is Vāk (taal). Wanneer je weet hoe je een origineel concept moet uitspreken dan ontstaat ook de materiële versie ervan. Helaas weten we dat niet meer, hoewel gezegd wordt dat er yogi’s in de bergen leven die dat nog wel weten. Ik durf dat te betwijfelen, maar zoals Popper zou zeggen, deze theorie is niet falsifieerbaar.

Voetnoten

Voetnoten
1 M. van Boxsel, Morosofie, Querido, Amsterdam 2001, p.160

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.