cultuur,  geschiedenis,  reizen,  zijlijn

Dromen

Eens op een dag droomde ik, Zhuang Zhou, dat ik een vlinder was, een vlinder die fladderend rondvloog, tevreden met zichzelf, en zich niet bewust dat hij mij was. Plotseling werd ik wakker en begon ik me er rekenschap van te geven dat ik nog altijd Zhou was. Nu is de vraag of ik Zhou ben die droomde dat hij een vlinder was, ofwel een vlinder die droomde dat hij mij was. Toch bestaat er noodzakelijkerwijs een verschil tussen mij en die vlinder. Dat noemen we dan maar de verandering der dingen.[1]Het idee van de verandering der dingen komt vele malen in de Zhuangzi voor, vooral in verband met de grote overgang tussen leven en dood. Leven en dood zijn maar schijnbaar verschillende aspecten van … lees verder

Zhuang Zi, De volledige geschriften, vertaling K. Schippers, uitg. Augustus, Amsterdam 2007.

Giovanni Battista Cima da Conegliano (1459-1517) Saint Helena of Constantinople. National Gallery of Art (Washington)

Helena (c. 248 – c. 329) had een affaire met de romeinse legerleider Constatius en “schonk” hem een zoon, Constantijn (272-337). Helena was een griekse vrouw uit de lagere klasse, ze zou de dochter van een herbergier zijn geweest. Misschien was zij een vrouw van lichte zeden. In die tijd was wat we nu Turkije noemen grotendeels grieks. Constantius reisde her en der door Europa om te vechten tegen diverse volkeren. Tijdens zijn verblijf in Turkije moet hij dan die affaire met Helena hebben gehad. Zijn zoon trad in zijn voetsporen, maar had veel groter politiek talent en ambitie. Politiek talent, dat wil zeggen konkelen, manipuleren, tegenstanders uitschakelen, zeg maar Rutte. Het is het fundament van alle organisaties en instellingen. Wie daar de baas is, is goed in politiek. Jezus bekommerde zich om de lagere klassen, de armen, en zoals dat gaat in rebellerende religieuze stromingen komen veel volgelingen in eerste instantie uit de lagere klassen. Slimme politici gebruiken dat verschijnsel om volgelingen te werven. Ik vermoed dat Helena een soort courtisane was die haar schoonheid en intelligentie gebruikte om machtige mannen in te palmen. Omdat zijn vader constant her en der moest vechten groeide Constantijn op bij zijn moeder. Constantijn zelf zou later ook kriskras door Europe trekken om het romeinse rijk te verdedigen en vergroten. Uiteindelijk werd hij in 324 de machtigste man van het romeinse rijk, vestigde zich in Byzantium en hernoemde het naar hemzelf tot Constantinopel.

Belangrijk onderdeel in zijn machtsstrijd is dat hij tolerant was ten opzichte van de christenen, in tegenstelling tot zijn concurrenten die de christenen vervolgden. Later zou hij tot het christendom bekeren, waarschijnlijk in navolging van zijn moeder. Als moeder van deze machtige man was Helena zeer invloedrijk en bewoog zich door heel Europe en het Midden-Oosten. Zij ging op zoek naar het kruis, het graf en andere parafernalia die met Jezus te maken hadden. De juiste locatie van het kruis zou in een droom aan haar zijn geopenbaard. Toen zij daar aankwam waren er drie kruizen, er waren immers behalve Jezus ook nog twee criminelen gekruisigd. Door een eenvoudige test kon Helena het echte kruis identificeren, dat bleek geneeskrachtige werking te hebben. Bij haar naspeuringen vond zij allerlei andere relikwieën, waaronder de lijkwade waarin het lichaam van Jezus gewikkeld zou zijn. Ook het graf van Jezus zou zij gevonden hebben. Volgens de traditie had zij al deze objecten naar Constantinopel meegenomen, maar waar zij uiteindelijk zijn beland is onduidelijk. Is de lijkwade van Turijn dezelfde als die Helena vond? Gezien het feit dat die lijkwade rond de dertiende eeuw is gedateerd lijkt het onwaarschijnlijk. We mogen de authenticiteit van relikwieën in het algemeen wel met een korreltje zout nemen. Maar dat is ook niet relevant. Mensen geloven dat de relikwieën een belichaming vormen van geloof, en dat geeft hen een zeker houvast.

Paolo Veronese (1528-1588), The dream of saint Helena, c. 1570, National Gallery (London)

Terug naar Helena’s droom die door Veronese op magistrale wijze werd verbeeld. Helena zit aan het venster, dat aan weerszijde een bankje heeft zodat men op prettige wijze naar buiten kan kijken. Met een arm leunend op de vensterbank, en een voet op een bankje is zij ingedommeld en we zien twee puto’s die met het kruis in het zwerk zweven. Veronese is vooral bekend van zijn gebruik van een speciale groene kleur, gemaakt van het pigment koperarsenaat. Dat is niet het groen in dit schilderij, het is hier veel fletser. Belangrijker is het zachte roze van uitgebloeide pioenrozen in de tuniek en de even delicate goudgele rok. De compositie was eerder al door Rafael gebruikt en in het soepele penseelwerk herkennen we de stijl van Tiziano. Het is een magisch schilderij, ik heb er lang voor staan dromen toen ik het in werkelijkheid mocht aanschouwen.

Maar “dromen zijn bedrog”. Dat werd al in in de zeventiende eeuw gezegd. Er zijn dan ook taalgeleerden die droom zien als afgeleid van draugma, drogbeeld, maar dat is onwaarschijnlijk omdat in vroeger tijden (en de meeste culturen) dromen niet als bedrog werden gezien. Waarschijnlijker is de verklaring dat droom komt van oud-saksisch drōm, wat vreugde jubel, levendigheid zou aanduiden. Interessant is dat het frans rêve oorspronkelijk extase betekende. In italiaans, portugees en spaans liggen slaap en droom dicht bij elkaar: italiaans sonno-sogno, portugees sono-sonho, en in het spaans zijn beide hetzelfde: sueño. In het latijn zijn ze ook bijna gelijk: somnum-somnium. Dat dromen als bedrog werden beschouwd zou heel goed in de verlichting kunnen zijn ontstaan. Dat neemt niet weg dat ook nu nog veel mensen denken dat dromen een voorspellende waarde hebben. En in sommige scholen van de psychiatrie worden dromen gezien als belangrijke bron van informatie over de geestesgesteldheid van de patiënt. Het verhaal van Helena staat zeker niet alleen. De Kamayurá in de Amazone hebben een zeer rijke denkwereld over muziek. Een aspect is de theorievorming over het componeren of verwerven van nieuwe liederen. Daarvoor zijn drie methoden: stelen van een naburig volk, uit de natuur overnemen en dromen.

Persoonlijk ken ik verschillende soorten dromen. Tot de nare dromen behoort het vallen, vanuit een vliegtuig of zo, een sensatie die ophoudt door wakker te worden. Tijdens de droom is er bewustzijn van de status als droom. Dat is wel vrij geregeld gebeurd. Minder vaak heb ik ontploffingen met rondvliegende wrakstukken meegemaakt, ook niet echt leuk. Een keer heb ik een vreselijke nachtmerrie gehad, met heksen en spoken. Dat was in een huisje in de natuur waar we een houtkachel stookten. Een soort pressie op de borst komt ook wel voor, of een droom dat ik wakker ben maar verlamd, terwijl er onverlaten het huis binnendringen. Tamelijk vervelend. Onder de leuke dromen moet het zweven genoemd worden. Dat gaat in een horizontale houding, soms met de benen iets omhoog. Ik kan daarmee flinke afstanden op een hoogte van een meter overbruggen. Maar met enige inspanning lukt het me om over gebouwen heen te vliegen. Dit alles voor de opkomst van de drones. Een enkele keer verschijnt er een lekker taartje in een droom, best leuk maar ik wordt wakker voor ik het kan consumeren. Over erotische dromen zal ik het niet hebben, dat moet even privé blijven. Niet alle dromen zijn fijn of naar. Meerdere keren zijn mijn leraren aan me verschenen met suggesties en adviezen. Er zijn ook veel chaotische dromen waarin allerlei bekenden en onbekenden in bekende of onbekende omgevingen onduidelijke dingen doen.

Maar we gebruiken het begrip droom ook in een heel andere betekenis, zoals een droomhuis of een droomreis. We dromen dan zonder te slapen van iets heerlijks of fantastisch. Dit heeft helemaal niets te maken met de dromen die zich tijdens de slaap voltrekken. Eigenlijk is het een ander woord voor fantaseren. We stellen ons daarbij voor hoe heerlijk het zal zijn om iets in de toekomst te doen. Zo bereiden we ons voor op een vakantiereis. De praktijk is vaak anders: vreselijk eten, diarree, koorts, beroofd, afgezet, slapeloze nachten of nachtmerries, zonnesteek, verbrand, douche die continue van heet naar koud wisselt, onbeleefde obers, autopech, treinvertraging om maar wat te noemen. En thuis gekomen fantaseren we over hoe geweldig de reis was. En zo leven we in verleden en toekomst. Volgens de relativiteitstheorie bestaat er alleen maar hier en nu. Daar en nu, hier en toen, hier en dan, daar en toen, het is allemaal onzin. Maar onze geest doet niet anders, sterker nog, ik ben er stellig van overtuigd dat het hele idee van hier en nu niet haalbaar is. Een bekende zen-opgave is rustig tot zes te tellen zonder aan iets anders te denken. Dat blijkt alleen mogelijk te zijn als je geen hersens hebt.

De boot waarmee Vissering zou reizen

Ook Vissering wilde een reis naar het heilige land maken. Niet, zoals Helena, op zoek naar relikwieën maar als een toeristisch plezierreisje per boot vanuit Marseille. Onder zijn medereizigers waren er wel er enkele die naar het heilige land gingen om daar doopwater uit de Jordaan of geneeskrachtige kruiden te bemachtigen. Het was een bont gezelschap dat Vissering levendig beschrijft:

Het gezelschap kan over het algemeen zeer uitgelezen worden genoemd. Achttien medici zijn aan boord, waaronder mannen van Europeesche vermaardheid, professoren van de Sorbonne, leden van gerechtshoven, een president van eene rechtbank te Parijs, staatsambtenaren uit alle rangen, ja zelfs ‘Immortels’ waren vertegenwoordigd; verscheidene zeer bekende Fransche namen hoorde men noemen.
Men ziet merkwaardige typen. Een bekend Parijsch schilder is van den eersten dag af steeds in khaki gekleed, waarover een lange pijjekker; op zijn hoofd een zwart zijden dames-kapothoed met keelbanden, in een punt naar boven staande, één lijn vormende met zijn scherpen, zwart-grijzen Henri IV, nijdig naar beneden uitstaande; zijn groote gebogen neus en zeer levendige oogen, overschaduwd door dikke, borstelige wenkbrauwen, vormen een komisch maar karakteristiek geheel, ondanks het harige gelijkende op een Dante-kop, zoodat hij ook met den naam van Dante wordt getiteld

Al met al begint het verhaal van Vissering met veel vrolijkheid en gezelligheid. In Uitbraak heb ik al verteld dat er een geval van builenpest leek te zijn en dat de opvarenden in quarantaine moesten op het eiland Frioul. Daar zien we dan hoe de stemming geleidelijk omslaat als de toeristen bemerken dat de toestand geen aanleiding geeft tot vreugde. Ze moeten van de boot af het kale eiland op waar ze in kazernes worden ondergebracht. Over het “restaurant” schrijft Vissering:

Maar zoo slecht, zoo infaam slecht als wij het daar hebben gehad, was zelfs onder deze omstandigheden niet te vergoelijken. Die mate van vuilheid is voor ons Hollanders ongelooflijk, als men haar niet heeft ondervonden. Ieder zocht zich eene plaats te veroveren aan lange houten tafels, van wit hout, door langdurig gebruik geverfd met korsten van koffie, suiker, wijn, vet, enz. enz.; planken op schragen dienden tot zitplaats voor zooverre men niet zoo gelukkig was geweest een wankelenden stoel te vinden; er waren vele plaatsen te kort. De keuken lag te midden van eenige ‘eetzalen’. Voor de reinheid was zaagsel op den grond gestrooid, dat weldra in de leemige koekige massa op den nimmer geboenden grond werd ingetrapt; trouwens koks, meiden, enz. verschaften uit hunne pruimende monden de overigens onnoodige kleefstof. Van orde geen zweem. Er waren veel te weinig handen voor de menigte gasten; groote zenuwachtigheid en opwinding onder de bedienden, die meer tegen elkaar raasden, dan op hun werk letten; in de gejaagdheid kijlt één een schotel met lappen vleesch tegen den grond, een schurftige hond op drie pooten sleept wat mee; tierende schiet de meesteres toe, rukt den hond den lap af, en kijlt den heelen rommel weer terug in de pannen, en verder wordt gebakken in een croûte van zaagsel enz. 

Ik heb wel een idee hoe men zich dan voelt. Tijdens de reis overland naar India die mijn broer Philip en ik ondernamen in 1968 sliepen we een keer in een hotel in Doğubeyazıt (oost Turkije), waar we met een aantal lotgenoten op de grond sliepen en de ratten vrolijk over ons heen tuimelden. Moest je naar het toilet dan stond de rest van de wereld ter beschikking. Een andere keer zat ik in een 737 naar Brazilië. Er was enige ‘turbulentie’. Het diner was juist geserveerd toen het enorme luchtschip plotseling een flinke duik maakte. Er waren veel jongeren aan boord die het hoogst vermakelijk vonden alsof zij op de kermis waren. Daar volgde een nieuwe verticale beweging maar nu opwaarts. “Hoezee”, riepen de jongelingen, nog immer zeer vrolijk. Nu volgden achter elkaar een aantal klappen omhoog en naar beneden, zo heftig dat al het eten met bord en al door de cabine vlogen. De jongelui werden stil, bleek rond de neus. Dit spektakel duurde een half uur, en ik zat zo verkrampt in mijn stoel dat ik er weken rugpijn aan over heb gehouden.

Het relaas van Vissering vertelt hoe een plezierreis in een nachtmerrie kan veranderen. Interessant is hoe hij de ups en downs beschrijft van de sfeer aan boord en op het eiland. Verschillende passagiers overleden aan de builenpest, het was bepaald geen loos alarm. Eenmaal veilig terug in Marseille geniet hij van het grote comfort waar hij als gegoede aan gewend was. Het artikel in de Gids over de gebeurtenissen is doorspekt met hilarische observaties en weelderig taalgebruik, waardoor de avonturen een tamelijk vrolijke uitstraling krijgen. Zo gaat het met avonturen, als men ze beleeft is de agonie vaak heftig, maar in retrospect slaat hun karakter om in een begeerlijke toestand. Zonder avonturen te beleven kun je geen verhalen vertellen. Aan het eind van het artikel gaat Vissering in op de wetenschappelijke onderzoekingen die werden gedaan naar aanleiding van deze uitbraak van de builenpest. We kennen de pest nu als een pandemie van de middeleeuwen, maar in feite was de builenpest continu latent aanwezig onder ratten. En in 1901 was er nog maar net een vaccin, ontwikkeld door Alexandre Yersin dat werd toegepast tijdens Vissering’s reis. Penicilline is pas in 1937 ontdekt.

Voetnoten

Voetnoten
1 Het idee van de verandering der dingen komt vele malen in de Zhuangzi voor, vooral in verband met de grote overgang tussen leven en dood. Leven en dood zijn maar schijnbaar verschillende aspecten van de alomvattende en eenmalige natuur, zoals die zich manifesteert in de Tao. De verandering der dingen is slechts een oppervlakkig fenomeen, of het nu gaat om het verschil tussen slapende en wakende toestanden of tussen leven en dood.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.